sc_verde_logo.png
‘Iedere patiënt is een parel’

‘Iedere patiënt is een parel’

SC_Bob Pinedo.jpg

,,Over mijn patiënten onthoud ik alles”, zegt oncoloog Herbert ‘Bob’ Pinedo. ,,Ik neem ook de tijd om de patiënt goed te onderzoeken. Echt goed.” Een citaat uit zijn biografie ‘De ontdekkingsreis van Bob Pinedo’, opgetekend door medisch journalist René Steenhorst.

Internationaal vermaard kankerspecialist Bob Pinedo (75) woont afwisselend in Curaçao en in Amsterdam. In 2008 stopte hij als behandelend oncoloog in het VUmc in Amsterdam en werd zijn hoogleraarschap een emeritaat. Het levenswerk gaat door: Pinedo is betrokken bij de preventie en vroegdiagnostiek van kanker op Curaçao. Hij werkt aan een methode om kanker te ontdekken aan de hand van urinemonsters. Zowel in Curaçao als in Nederland ziet Pinedo patiënten die hem vragen om zijn expert opinion, om het oordeel van hun behandelend artsen te toetsen.

Voor Pinedo begint het met een handdruk. ,,Je kunt er veel van aflezen”, stelt hij in zijn biografie. ,,Hoe voelt die hand aan? Is zij ferm of maar weinig krachtig? Koud, klam of juist warm? Trilt ze misschien, is er een tremor? Wie heb ik hier in mijn hand?” Er staat ook dat hij een patiënt altijd goed in de ogen kijkt. ,,Als een dokter naar buiten kijkt terwijl hij tegen de patiënt praat, mist hij een heleboel. En de patiënt mist ook een heleboel.”

De oncoloog trekt voor iedereen een uur uit. ,,De patiënt komt los. Dat krijg je als hij een uur krijgt. Iemand die maar zeven minuten binnen is en weet dat de wachtkamer vol zit, vertelt een heleboel niet. Dat kunnen ze niet maken tegenover de dokter en tegenover medepatiënten, zo voelen ze dat.”

Pinedo heeft er grote moeite mee dat ziekenhuizen veel kankerpatiënten naar huis sturen met de boodschap dat ze zijn uitbehandeld, zo verklaarde hij in een interview met De Volkskrant. ,,Als dokter heb je een relatie met iemand opgebouwd. Die houdt niet op als de behandeling stopt, ook niet als je wetenschappelijk alles uit de kast hebt gehaald”, zegt hij. ,,De patiënt is heel gevoelig voor een verandering in het terugkeerschema. Als hij gewend was elke maand te komen en je zegt ineens dat hij weg kan blijven, gaat hij in bed of op de bank liggen, minder drinken, slecht eten, dan krijgt hij misschien een trombose. Maar als je zegt: we zien elkaar volgende maand weer, is hij er nog. Dat maakt de weg naar het einde beter. Zonder dat je de indruk wekt dat het allemaal wel meevalt. Ik liet mensen altijd terugkomen. Dat werd me ook wel kwalijk genomen door vakgenoten."

Als patiënten zelf op onderzoek uitgaan, niet zonder meer het oordeel en aanwijzingen van hun behandelend arts volgen, raadt hij dat niet af. ,,Het brengt mensen bij de les. Ook artsen. Die vinden het natuurlijk niet leuk als je hun pad niet volgt, maar buiten de richtlijnen gaat.” Een voorbeeld is Annemieke Raatsie, patiënte van Pinedo. Zij kreeg op haar 32ste te horen dat ze de ernstigste vorm van schildklierkanker heeft: medullair schildkliercarcinoom, uitgezaaid. De arts die het constateerde, sprak over een prognose van twee jaar. Hij kon niets voor haar betekenen. ,,Ik dacht alleen maar: wat is dit voor onzin?”, zegt Annemieke Raatsie in een interview met <I>NRC Handelsblad<I>, waarin ze vertelt dat ze die dag terugging naar de televisiestudio waar ze werkt, en besloot niet bij de pakken neer te zitten. Eenmaal thuis belde ze urenlang in het rond. Meerdere mensen raadden haar Bob Pinedo aan. Heel snel ontving hij haar, thuis. Een prognose gaf hij niet.

In september vorig jaar vierde ze haar vijftigste verjaardag. In de achttien jaar sinds de diagnose is ze meer dan veertig keer geopereerd; de kanker die ze heeft, is niet te behandelen met bestraling en chemotherapie. In plaats daarvan worden tumoren weggehaald. Het weerhoudt Raatsie er niet van haar agenda vol te plannen. ,,Elke dag die ik mag leven, denk ik: lekker vandaag volproppen, lekker leven.” Pinedo vindt die houding goed, hij heeft er bewondering voor hoe Raatsie dóórgaat, de moed niet opgeeft en hem als arts scherp houdt.

Inmiddels weten we, zo schrijft Bob Löwenberg, hoogleraar hematologie, in de proloog van ‘De ontdekkingsreis van Bob Pinedo’, ‘dat darmkanker en longkanker niet ‘simpel’ twee ziekten zijn die opduiken in respectievelijk de dikke darm en de long, maar dat in feite elke tumor, ongeacht het orgaan waar hij zich bevindt, bij iedere patiënt anders is. Elke tumor is qua eigenschappen en gedrag uniek. En we realiseren ons daardoor dat de patiënt, als het ook maar even kan, zijn eigen op maat gemaakte individuele behandeling verdient. Pinedo heeft die insteek vanaf de eerste dag als zijn leidend motto gekozen. Het kan niet duidelijker voor het voetlicht worden gebracht dan in dit boek gebeurt’.

Löwenberg geeft aan, dat dit boek, opgetekend door medisch journalist René Steenhorst, op zeer persoonlijke wijze verslag doet van een zoektocht die ruim vijftig jaar geleden is begonnen. De tocht eindigt op Curaçao, Pinedo’s geboortegrond, waar hij momenteel nieuwe uitdagingen vindt. De rode draad is Pinedo’s oorspronkelijke aanpak, stelt Löwenberg. ,,Steenhorst en Pinedo gunnen ons een blik in de denkwijze van de ‘kankerdokter’. Gaande het verhaal wordt de lezer door de tijd heen langs diverse ontwikkelingen van de kankergeneeskunde gevoerd. Het is een tocht langs bijzondere, hoogstpersoonlijke, gekleurde ervaringen van de medisch oncoloog en klinisch onderzoeker, en zijn visie op de kankergeneeskunde.”

Als een bruggenbouwer tussen patiënt en wetenschap, zo staat Pinedo te boek. Met veel van zijn patiënten onderhoudt hij nog regelmatig contact. Hij is een van de weinige artsen die moeiteloos hun privételefoonnummer aan patiënten geven. Ook zijn studenten leert hij in zijn jaren als docent zo een band op te bouwen met patiënten, maar daarin wel kritisch te zijn. ,,Als er iets aan de hand is, dan moet ik er voor hen kunnen zijn. Ik ben altijd te vinden - waar ter wereld ik ook ben”, zo tekent Rene Steenhorst uit de mond van Pinedo op.

Onconventioneel, vaak bijzondere verbanden leggend, outside the box durven denken, dat typeert Pinedo. ,,Ik hou van nadenken, van verder analyseren dan logisch lijkt. Tegen barrières in het denken kan ik niet, en nog minder tegen routinegedachten. Want kanker als standaardziekte bestáát niet. Elke vorm heeft zijn eigen aanpak nodig, net zoals iedere patiënt een eigen benadering behoeft.”

Uit ‘De Ontdekkingsreis van Bob Pinedo’: Al zijn hele werkzame leven als arts hanteert hij de lijfspreuk: Iedere patiënt is een parel. Een ‘celebrity’ noemen sommigen hem, maar dat vindt hij ‘volkomen onzin, erg overdreven’. Pinedo geniet weliswaar van de internationale erkenning, van de hulde en glamour die het beeld van succes mede inkleuren. Hij beseft echter ook de betrekkelijkheid van dit alles: in 2014 wordt bij een van zijn vier dochters - Danielle, dan 45 jaar - eierstokkanker vastgesteld. Ze krijgt de diagnose te horen kort voordat bekend wordt dat aan haar vader ‘als vierde Europeaan en als eerste Nederlander in veertig jaar’ de prestigieuze David A. Karnofsky Memorial Award is toegekend - ook wel met enige omzichtigheid aangeduid als de ‘Oscar’ voor het klinische kankeronderzoek. Kort daarna houdt ook een tweede dochter, Sabine, die zelf internist en vasculair geneeskundige is, er rekening mee dat bij haar sprake is van kanker. Beide dochters blijken drager van het BRCA-2 gen. Daarnaar is onderzoek verricht omdat Danielle Pinedo op jonge leeftijd eierstokkanker kreeg. Bij Sabine blijkt evenwel sprake van een zeldzame vorm van nierkanker, zo wijst pathologisch onderzoek uit.

,,Het waren emotionele uitersten die mij heen en weer slingerden”, zegt Pinedo tegen Steenhorst. ,,Mijn twee dochters én… tja, de Prijs. Het deed zich tegelijkertijd voor. Het was best moeilijk. Je ontdekt dan ook twee kanten van jezelf: je straalt vanbuiten, maar huilt vanbinnen.”

Bob Pinedo zegt in het boek gelukkig te zijn op Curaçao, heel happy, maar niet gelukkiger dan in Nederland. ,,Ik hou van het eiland, maar ik mis mijn kinderen en kleinkinderen als ik op Curaçao ben. Een voordeel is ook dat mijn rugklachten, door scoliose, hier minder zijn doordat ik elke dag een uur zwem. Het haalt de spanning van mijn wervelkolom af. Vaak ben ik arbeidsongeschikt verklaard.”

Het zijn vooral patiënten die er moeite mee hebben wanneer Pinedo in de loop van 2008 zijn afscheid aankondigt. Hij wordt 65 jaar en dat feit dwingt hem op 29 oktober van dat jaar tot het aanvaarden van het emeritaat, het pensioen van hoogleraren en magistraten. Pinedo is vanaf die dag ‘emeritus’ en is als hoogleraar in de klinische oncologie ‘uitgediend’. Ook eindigt formeel zijn dienstverband als kankerbehandelaar in het VU medisch centrum - na 28 jaar.

‘In ruste’ is echter een uiterst betrekkelijk begrip voor iemand met de gedrevenheid en de ambitie van Pinedo, zo weet auteur Steenhorst, die in het boek stelt: ,,Geen pensioenwet blijkt dergelijke karaktereigenschappen te kunnen beteugelen. Het wetenschappelijk onderzoek, de patiëntenzorg en het contact met patiënten laten hem dan ook niet los. Hij is daarmee niet klaar - nog lang niet. Er zijn nog zoveel ideeën, er is nog zoveel te doen, en er zijn ook nog zoveel onontgonnen gebieden in de kankerwetenschap die, naar hij meent, kansrijk zijn en aandacht behoeven.”

Steenhorst getuigt: ,,Pinedo ziet nog een toekomst voor zich. In Nederland, maar ook op Curaçao, waar hij een gezondheidstaak voor zichzelf ziet weggelegd.” 

‘Ik wil anderen helpen het ver te schoppen.’

‘Ik wil anderen helpen het ver te schoppen.’

‘Curaçao bevorderen tot sporttoeristische bestemming’

‘Curaçao bevorderen tot sporttoeristische bestemming’

0