sc_verde_logo.png
‘In elke wijk een Farmers Market’

‘In elke wijk een Farmers Market’

Hij wil nog meemaken dat alles wat er op Curaçao verbouwd kan worden, niet meer wordt geïmporteerd. Henny Barbolina (53), scheikundige én specialist in permacultuur, gelooft dat de Curaçaose gemeenschap zich te afhankelijk opstelt en veel meer zelf kan. ,,We importeren de gekste dingen. Voedingsproducten waarvan we niet weten waar deze precies vandaan komen, hoe ze behandeld zijn, wat erin zit. Als we bereid zijn om onze eetgewoonten aan te passen, meer lokale groente en fruit te eten, dan kunnen we veel meer zelf produceren. En van betere kwaliteit.”

Barbolina is eigenaar van Nos Kunuku, een biologische boerderij op Ronde Klip, waar voornamelijk microgreens en bladgroenten worden gekweekt, met behulp van aquaponics. Dit is een methode om voedsel te produceren waarbij het kweken van vissen (tilapia) op een symbiotische manier wordt gecombineerd met hydrocultuur, het kweken van planten in water. Barbolina begon er in 2012 mee, als hobby, maar inmiddels is Nos Kunuku een bekende leverancier aan lokale supermarkten en verkoper op de Farmers Market.

Hij is trots op zijn bedrijf. Barbolina: ,,Maar achteraf gezien had ik er veel eerder mee moeten beginnen, toen mijn grootouders nog leefden. Zij hadden een kunuku, en beschikten over zeer veel kennis. Mijn grootvader kon exact voorspellen wanneer het ging regenen, hij wist wanneer je wat, wanneer moest planten, en in welke combinaties, om aantasting door ongedierte te voorkomen. Ik kan me niet herinneren dat zij ooit last hadden van bladluis of andere plagen. Mijn grootouders gebruikten geen gif. Ze bestudeerden de natuur, en wisten wat te doen om de grond vruchtbaar te maken of te houden.”

Als kind al werkte hij graag op het land, maar na het Radulphus College ging Barbolina naar Nederland om scheikunde te studeren. Hij liep op Curaçao stage bij de Shell, ging na zijn terugkeer naar het eiland werken bij de raffinaderij. Daar maakte hij gedurende meer dan twintig jaar carrière, en is na een korte periode als manager van de Curaçao Utilities Operating Company (CUOC), sinds vier jaar directeur van de Curaçao Refinery Utilities bv (CRU).

De landbouw bleef evenwel trekken. ,,In onze samenleving zijn we opgegroeid met het idee dat werken in een kunuku iets is voor mensen die niet slim genoeg zijn om te studeren. Een kunuku wordt geassocieerd met hard werken, afzien, arbeid voor laaggeschoolden en met armoede”, zegt Barbolina, die dat als kind op Curaçao niet zo heeft ervaren, en tijdens zijn studie in Nederland zag dat veel boeren er warm bij zaten. ,,Het leek wel of elke boer in Nederland in een Mercedes reed.” In Hengelo studeerde hij scheikunde en ging daarna naar de Rijksuniversiteit Utrecht, voor een opleiding tot chemisch analist. ,,Ik deed waar ik goed in was, en wat van mij verwacht werd. Zoals zoveel ouders, hoopten ook mijn vader en moeder dat ik het verder zou schoppen dan zij, en in hun ogen had ik het met een universitaire titel, en later een kantoorbaan, helemaal gemaakt. Maar de interesse voor de landbouw blééf. Ik besloot een kunuku te huren, en begon daar het een en ander te planten. Mijn opa en oma waren toen al overleden, helaas.”

Om kennis op te doen volgde Barbolina een cursus van de Fundashon Tera Awa Simia Banda’bou, ook bekend als Fundashon TAS. ,,Ik begon serieuze plannen te maken voor de kunuku. Met mijn achtergrond als scheikundige wist ik, dat het een biologische plantage moest worden. Op Curaçao vormt niet alleen het klimaat een uitdaging; de grond is op veel plaatsen arm, bevat onvoldoende voedingstoffen, en chemicaliën doen daar nog meer afbreuk aan.”

Synthetische voedingstoffen zijn nooit natuurzuiver, zo legt Barbolina uit. ,,Neem bijvoorbeeld ascorbinezuur, oftewel vitamine C. Dat zit in een sinaasappel, en in groente zoals paprika. We kunnen het ook namaken, in het laboratorium. Dat is een ingewikkeld en lang proces, met als resultaat een mengsel dat voor tachtig procent uit ascorbinezuur bestaat. Die andere twintig procent bestaat uit reststoffen die, in tegenstelling tot het ascorbinezuur, schadelijk zijn.”

De mens is slechts in staat om de natuur bij benadering te kopiëren, zegt Barbolina. ,,Het lukt nooit volledig. Dat betekent dat elke synthetische variant van een natuurlijke stof voor een deel schadelijke reststoffen bevat. Een supplement vitamine C dat je bij de botika haalt, is nooit zo zuiver als de vitamine C in fruit of groente.”

Het gebruik van kunstmest was voor Barbolina geen optie. ,,Een bekende kunstmest is 20-20-20. Heb je je weleens afgevraagd waar die andere 40 procent blijft? Die zorgt ervoor dat micro-organismen worden gedood. Dat is de reden dat de aarde minder vruchtbaar wordt als je veel kunstmest gebruikt. De grond wordt zouter, en is bij aanhoudend gebruik van kunstmest op een gegeven moment zo zout, dat de plant geen mineralen meer opneemt en afsterft.”

De mens ontwikkelt doorlopend nieuwe producten, nieuwe systemen en werkwijzen om de groeiende wereldbevolking te kunnen blijven voeden. Onder invloed van de industrialisatie en de introductie van de bio-industrie, na de Tweede Wereldoorlog, zijn natuurlijke, meerjarige ecosystemen steeds meer verruild voor monoculturen. Dit betekent dat op hetzelfde stuk grond altijd hetzelfde gewas verbouwd wordt, en er geen vruchtwisseling plaats vindt. Wereldwijd gaat het hierbij met name om rijst, tarwe, soja en maïs, waarvan het merendeel bestemd is voor veevoer, ten behoeve van de productie van vlees.

Het gaat bij monoculturen om zaden van eenjarige planten. Voor de teelt van deze gewassen is er meer ruimte nodig dan voor de meerjarige planten die de mensheid sinds duizenden jaren van voedsel hebben voorzien. Voor rijst, tarwe, maïs en soja worden ecosystemen vernietigd, bossen in met name Azië en Latijns-Amerika gekapt. De biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid lopen daarmee terug.

Een monocultuur is vragen om problemen, zegt Barbolina. ,,In de natuur is er een evenwicht tussen planten en dieren. Zieke planten komen in de natuur veel minder voor dan in de landbouw. Als je op een stuk grond een enkel gewas verbouwt, en een van die planten wordt ziek, dan raakt een hele rij besmet, met het risico dat het hele veld besmet raakt. Ziekte van een plant is een signaal dat de bodem niet optimaal is; een plant is voor zijn voedingstoffen geheel afhankelijk van de micro-organismen in de aarde. Als je die met chemicaliën uitroeit, verarmt de grond en worden planten ziek. In plaats van het probleem letterlijk bij de wortel aan te pakken, worden in de grootschalige landbouw pesticiden en insecticiden gebruikt om de ziektekiemen te doden. Zo worden zieke, zwakke planten in leven gehouden om als veevoer en voedsel voor mensen te dienen.”

In iets mindere mate geldt dit ook voor de fruitteelt, zegt Barbolina. ,,Een appel vandaag de dag bevat veel minder voedingstoffen dan appels die vroeger werden geteeld.” Voorafgaand aan het transport worden vele geïmporteerde vruchten bovendien van een waslaag voorzien, en worden in de vrachtcontainers chemicaliën gespoten voor conservering van de waar en voor bestrijding van ongedierte.

Van vele van de ruim 77.000 chemicaliën die er sinds de jaren veertig van de vorige eeuw zijn ontwikkeld - waarvan 3.000 voorkomen in ons voedsel - is het effect op de gezondheid van mens en dier niet of niet volledig bekend. ,,Enerzijds omdat dit nog niet volledig onderzocht is, en anderzijds omdat het niet meetbaar is”, zegt Barbolina, die als voorbeeld drinkwater geeft, en nog gruwt bij de gedachte aan zijn bezoek aan de waterzuivering in Rotterdam. ,,Het rivierwater dat daar wordt aangevoerd, wordt opgevangen in een enorm bassin. Daar varen boten in die ijzersulfaat verspreiden om alles wat in het water drijft te laten bezinken. Vervolgens wordt het water overgepompt in een ander bassin, en van daaruit gaat het naar de duinen. Als je ziet wat er in dat eerste bassin achterblijft, dan geloof je je eigen ogen niet: dode koeien, varkens, schapen, autowrakken, bergen plastic, verrot hout en wat al niet meer. Ik hield er acuut een afkeer van drinkwater aan over. Testen van het drinkwater dat vanuit de duinen naar de huishoudens gaat wijzen uit dat het water schoon is, maar als je dit eenmaal gezien hebt, dan weet je dat dit water onmogelijk zuiver is.”

Op Curaçao is het drinkwater schoner, omdat de zee een groot zelfreinigend vermogen heeft, zegt Barbolina. ,,En omdat het water opgepompt wordt uit de diepte en dit zeewater schoner is dan het oppervlaktewater.” Toch heeft de scheikundige in hem nog steeds zijn bedenkingen. ,,De mens ontwikkelt veel zonder precies te weten wat het effect is. Toen ik in 1982 stage ging liep bij de Shell, wasten we onze handen met benzeen. Wat voor spul er ook op je handen zat, met benzeen verdwenen alle vlekken. Nu weten we dat dit oplosmiddel kankerverwekkend is, en dat het in het bijzonder leukemie kan veroorzaken. Met de jaren komen we steeds meer te weten, en de stoffen die wij nu voor onschadelijk houden, zijn dat wellicht niet, en komen we daar over tien of twintig jaar achter.”

Of hij zich zorgen maakt over het effect van benzeen op zijn gezondheid? ,,Niet specifiek over benzeen, meer over de accumulatie van allerlei schadelijke stoffen in het lichaam”, zegt hij. ,,Chemicaliën worden in het lichaam opgeslagen in vetcellen, en afhankelijk van hoe lang en in welke mate je eraan blootgesteld wordt, hopen die schadelijke stoffen zich steeds meer op. Wanneer organen, zoals de nieren of de lever aangetast worden, kan dit een desastreus effect op de algehele gezondheid. Dat is precies de reden dat ik voor biologisch kies: om het evenwicht te herstellen.”

Een paar maanden nadat Barbolina de cursus bij Fundashon TAS had gevolgd, las hij in de krant dat op Aruba een cursus werd gegeven door een Amerikaanse specialist in permacultuur. ,,Ik ben daar naartoe gegaan, en was meteen verkocht. Een van de cursisten liet mij een video over aquaponics zien, en ik dacht: dit is het. Ik ben toen thuis zelf zo’n systeem gaan bouwen. Dat was het begin van Nos Kunuku.”

Permacultuur, zegt Barbolina, betekent dat je de natuur zijn gang laat gaan, opdat er een natuurlijk evenwicht ontstaat. ,,Door begrip en kennis van processen in de natuur, kunnen wij evenwel de condities creëren waarin dit natuurlijke proces sneller verloopt. Permacultuur betekent niet terug naar vroeger, de methode die onze grootouders gebruikten, maar het gebruik van moderne technologieën voor herstellende landbouw. Onder meer door het gebruik van hydrocultuur, het kweken van planten in water.”

Barbolina is blij met de groeiende interesse voor lokaal geproduceerd voedsel, en moedigt iedereen aan om zelf te gaan planten. ,,De gezondste voeding die er bestaat is het voedsel dat je zelf verbouwt. The next best thing is wat je bij de boer haalt – als hij geen gif gebruikt en je kunt zien hoe hij met zijn producten omgaat. Alles wat daarna komt, is ongezonder.” Hij heeft goede hoop dat de versmarkt op Curaçao groeit.  ,,Maar dan moeten we wel onze eetgewoonten aanpassen, en producten kiezen die lokaal kunnen worden geproduceerd. We importeren veel aardappelen, voor het bakken van frites, maar die aardappelen groeien niet in ons klimaat. Zoete aardappel daarentegen wel, dat is een goed alternatief, veel gezonder. Als we onze landbouw willen herstellen, dan moet er een omschakeling komen. Ik hoop dat de Curaçaoënaar voor lokaal kiest. In elke wijk op het eiland een kwekerij met een Farmers Market, dat is mijn droom voor Curaçao.”

‘Curaçao bevorderen tot sporttoeristische bestemming’

‘Curaçao bevorderen tot sporttoeristische bestemming’

‘Curaçao moet voor support naar Brussel’

‘Curaçao moet voor support naar Brussel’

0